Molenliedjes
Van "De Lachende Molen"
Ga naar het project
Het liedje van Miele Molenaar
Josefien, mooie boerin, malse boterbloem van mij
Laat je gaan en kom toch binnen, ik zet de zakken wel opzij.
Hier van boven op de molen is een plekje van vertier,
Ik zal met jou een beetje spelen op de molen van plezier
Ai, Miele Molenaar, wat vraag je nu van mij
Ik wil wel met je dansen, maar meer is er niet bij!
Je kleren zijn bestoven, je handen zijn te grof,
Ai, Miele Molenaar, ik kan niet tegen het stof
Josefien, blijf maar buiten, vraag maar niets meer aan mij,
Er zijn nog genoeg boerinnen, veel gewilliger als jij
En de wind zal nog wel waaien, mijn molen zal wel gaan,
Ik zal de vrouwtjes nog doen kraaien tot mijn stenen zijn vergaan.
Daar was ne keer ne molenaarszoon
en die kon malen o zo schoon
Refrein: Falderalderiere falderaldera hoera hoera hoera
Hij zag daar ‘n schoon meiske staan
en hij keek haar toch zo vriend’lijk aan
Hij zei: “Schoon meiske, kom eens hier
En op mijn moleken van plezier”
Het meiske nam zijn voorstel aan
En liet zich toen gewillig gaan
Hij legde haar op zijne molensteen
en hij maalde haar 3 keren achtereen
Refrein: Falderalderiere falderaldera hoera hoera hoera
Toen hij dat 3 keer had gedaan
Toen wou zijn moleke niet meer gaan
Na 9 maanden en een dag
Een molenaarke in de molen lag
En wie dit lied al heeft gedicht
Ja, die kan malen zonder licht
Refrein: Falderalderiere falderaldera hoera hoera hoera
Waarvan gaan er de maalders zo schoon?
Waarvan gaan er de maalders, de maalders
Waarvan gaan er de maalders zo schoon
Ze malen het koren en scheppen het loon
Daarvan gaan er de maalders, de maalders
Daarvan gaan er de maalders zo schoon
Waarom drinken de maalders, de maalders
Waarom drinken de maalders veel bier
Ze malen het gerst en maken plezier
Daarom drinken de maalders de maalders
Daarvan drinken de maalders het bier
Waarvan zijn er de maalders, de maalders
Waarvan zijn er de maalders zo arm
Ze versieren de meisjes en malen ze warm
Daarvan zijn er de maalders, de maalders
Daarvan zijn er maalders zo arm
De mulderspolka
In den tijd van grote heren
In de heren hunnen tijd
Leerden de molenaars de polka dansen
Op de heren hun tapijt
Willen de mulders koren malen
En is er dan voldoende graan
Dan is ’t tijd om op te zeilen
Op de malende molen te gaan
En draait het rad van de watermolen
Maken de mulders het beste meel
’t stof vliegt rond daar in de molen
En hebben de mulders een droge keel
En heeft ne mulder te veel gedronken
Ja, dan ziet dat iedereen
Maar als ne mulder grote dorst heeft
Neen, dat ziet dat weer geen een!
Wij mulders zijn de grootste dieven
De grootste dieven dat zijn wij
Wij stelen immers de vrouwenharten/mannenharten
En de kussen pakken w’erbij
